Voorbereiden op het vertellen van een verhaal

 Hieronder staan enkele richtsnoeren voor onze verhalenvertellers. De belangrijkste spelregel is: alle spelregels mogen overtreden worden
als je daar een goede reden voor hebt!

  • De verhalen worden verteld door de mensen die het zelf hebben meegemaakt. Dus liever geen verzonnen verhalen (fictie) en geen verhalen van of over andere mensen waar je zelf niet bij was.
  • De verhalen duren gemiddeld 8 minuten, uitloop mag als het onwijs leuk is.
  • De verhalen worden niet voorgelezen, maar spontaan verteld, zoals je dat ook in de kroeg of op een verjaardag zou doen. Je mag wel een spiekbriefje met wat trefwoorden gebruiken of zo.
  • Probeer vooraf hardop te oefenen. Houd de tijd in de gaten, schrap details die te veel tijd kosten, hou het bij de kern.
  • Maak je verhaal een beetje spannend. Niet te veel “en toen, en toen, en toen”, maar: wat gebeurde er nou echt, wat deed dat jou, waarom was dat voor jou belangrijk? Neem het publiek mee in je emotie (blij, bang, verrast, verbaasd, etc.).
  • Er zijn 4 W’s waar je vooraf even goed over na kan denken:
  1. Wie (over wie gaat het?)
  2. Wat (Wat is het probleem?)
  3. Waar (Waar speelt het zich af)
  4. Waarom (Waarom vertel je het?)
  • Bereid een begin-zin en een eind-zin voor. Die beginzin is leuk als dit een tijd-, sfeer en plaatsbepaling is: “het was 1987, de zon scheen fel en ik liep door mijn tuin”. Dan zit iedereen gelijk goed in je verhaal. Dat mag ook in tegenwoordige tijd. De eind-zin kan een beetje de moraal van het verhaal zijn, of een inzicht zoals ’..en toen realiseerde ik me dat..’.
  • Heb het niet over de andere vertellers, dus niet: ‘zoals de vorige spreker al zei’. De luisteraar van de podcast kan dat niet plaatsen. Het is ook niet handig te wijzen of naar individuele mensen in het publiek als “jij” te praten.
  • Het leukst zijn de verhalen van anti-helden. Neem jezelf gerust een beetje op de korrel. Goede verhalenvertellers zijn schaamteloos, ze tonen hun kwetsbaarheid, zijn niet bang om iets doms te doen of te vertellen dat ze iets doms gedaan hebben. Je verhaal moet wel oprecht en uit jouw perspectief eerlijk verteld worden.
  • De kaars heeft een belangrijke rol: met het aansteken met de lucifer begrijpt het publiek dat ze vanaf dan echt stil moeten zijn en het verhaal gaat beginnen. Met het uitblazen van de kaars snapt het publiek dat ze mogen klappen. Je hoeft dus niet te zeggen: “dat was het” of “bedankt”. Neem het applaus rustig en dankbaar in ontvangst! Erkenning is een feestje.